De regels van werkwoordspelling zijn het lastigst bij -ten en -den werkwoorden. Deze moet je dus goed kunnen herkennen!
Om te weten wat voor soort werkwoord het is moet je het hele werkwoord weten (IK KAN...)
Eindigt het hele werkwoord op -ten? > Dan heet het een -ten werkwoord.
Eindigt het hele werkwoord op -den? > Dan heet het een -den werkwoord.
Werkwoorden die niet op -ten of -den eindigen noemen we 'gewone werkwoorden'.