| overtuigen [vt] | De eigenaar de kinderen om naar huis te gaan. |
| leven | In het Zwarte Woud vroeger wilde beren. |
| kaarten | De groep heeft tot diep in de nacht . |
| herstellen | De kleermaker heeft de gaten in de broek . |
| garanderen | De winkelier heeft verder niets . |
| verzorgen [vt] | De verpleegster de oude man met veel liefde. |
| huizen | In dat pand vroeger een snoepfabriek. |
| stappen [vt] | De kwade buurman naar de rechter. |
| bevatten | De geschrokken bewoners konden het nog steeds niet |
| vormen [vt] | Dit groepje een gevreesd team. |
.