| rollen | Alle knikkers zijn in het putje . |
| zoemen [vt] | De mug in mijn oor. |
| vullen | Jan alle flessen met appelsap. |
| dienen [vt] | Dit zakje als lunchpakket. |
| plaatsen | Het kledingmerk heeft een advertiente in de krant. |
| betalen | Het bedrag heeft Jan terug gekregen. |
| vluchten | De bange dieren uit het brandende bos. |
| melden | Mijn vader de inbraak direct bij de politie. |
| tonen | Zijn opa trots zijn kippen aan Jaap. |
| redden | Niemand keek om naar het hondje. |